Wie aan de kust woont, weet het: water is geen tegenstander, maar een buurman. Soms een lastige, maar altijd één waarmee je moet samenwerken. Precies die gedachte stond centraal tijdens de vijfde Waterman-lezing, het jaarlijkse eerbetoon aan Ronald Waterman, pionier van het ‘bouwen met de natuur’.
Van vechten naar meebewegen
Eeuwenlang hebben we in Nederland gevochten tegen het water. Hoger, sterker, dichter. Maar klimaatverandering en zeespiegelstijging dwingen ons tot een andere houding: niet langer verdedigen, maar meebewegen. Veiligheid, ecologie en economie hoeven elkaar niet te bijten — ze kunnen elkaar juist versterken.
De Zandmotor voor de Zuid-Hollandse kust is daarvan het bekendste voorbeeld. In plaats van elk jaar zand op te spuiten, laten we wind, golven en stroming het werk doen. De natuur verdeelt het zand, de kust groeit mee, en er ontstaat ruimte voor recreatie en biodiversiteit. Slim, duurzaam en inmiddels een internationaal richtinggevend principe.
Drie houdingen voor onze kust
Tijdens de lezing werden drie strategieën voor de Hollandse kust geschetst. We kunnen ‘sturen op de lijn’: de kustlijn strak vasthouden zoals we altijd deden. We kunnen ‘leven met de lijn’: de kust ruimte geven om dynamisch te bewegen, wat een robuuster systeem oplevert. Of we kunnen ‘de lijn loslaten’ en veranderende condities accepteren.
Voor een kustgemeente als Voorne aan Zee is het strand altijd onderwerp van gesprek. Onze duinen, stranden en de monding van het Haringvliet zijn ons kapitaal voor veiligheid, voor natuur én voor de lokale economie. De keuze hoe we daarmee omgaan, raakt ons allemaal.
Kwelders, rivieren en een dosis ambitie
De lezing liet ook zien wat er te winnen valt. Schorren en kwelders zijn niet alleen kraamkamers voor vis en voedselbron voor vogels; ze breken golven en versterken dijken — dat bewees zich al tijdens de ramp van 1953. En het programma Ruimte voor de Rivier combineerde waterveiligheid met zesduizend hectare nieuwe natuur. De zeearend keerde terug. Dat is wat er gebeurt als je natuurherstel niet achteraf inplakt, maar vanaf dag één meeneemt in je plannen.
Tegelijk een aandachtspunt: het zogenaamde shifting baseline syndrome. We vergeten hoe rijk onze Noordzee ooit was, met oesterriffen en walvissen. Wie niet weet wat er verloren ging, durft of kan ook niet groot dromen over herstel.
Een fluviale samenleving
De Jonge Watervisie introduceerde een prikkelend toekomstbeeld: de ‘fluviale samenleving’, waarin water leidend is in onze ruimtelijke inrichting. Dynamische kusten, rivieren met ruimte, steden met drijvende en amfibische woningen. Geen sciencefiction, maar een mentaliteitsverandering die nu al begint.
Vlaanderen laat intussen zien dat het kan: daar wordt de hele kust zeewaarts uitgebreid, met veiligheid, natuur, recreatie en economie in één integraal plan. Een oproep aan Nederland, en aan onze eigen regio, om net zo ambitieus te durven zijn.
De beste resultaten ontstaan samen
Wat mij het meest bijblijft van deze lezing, is dat ‘bouwen met de natuur’ in de kern gaat over samenwerken. Tussen wetenschappers en kunstenaars — zoals het onthulde kunstwerk Be My Water prachtig verbeeldt. Tussen ministeries, provincies en gemeenten. En tussen mens en natuur.
Voor ons deltagebied, waar land en water elkaar overal raken, is dat geen nieuwe les maar een oude waarheid die opnieuw urgent wordt: de beste resultaten ontstaan samen. Ook, en vooral, met het water.
—
Dit artikel is gebaseerd op de vijfde Waterman-lezing, het jaarlijkse eerbetoon aan Ronald Waterman, pionier van bouwen met de natuur.


